Schakelen tussen geluk en verdriet

Wat een gezellig tripje naar Groot-Brittannië had moeten worden, verandert in een nachtmerrie voor de Britse Billy en Philippa. Hun zoontje James, pas zeven maanden oud, stoot heel ongelukkig zijn hoofd tegen de tafel, stopt met ademen en krijgt een hartstilstand.

“Het gebeurde in een seconde. Alsof er op een aanuitschakelaar was gedrukt”, zegt Billy, met het ongeloof nog altijd in zijn stem. “Terwijl ik in de keuken wat dingen inpakte om mee te nemen op reis, zat James in zijn kinderstoel te spelen aan de ontbijttafel. Hij bukte zich net iets te ver voorover en bonkte met zijn hoofd tegen de tafel. Hij begon direct heel hard te huilen. Terwijl ik naar hem toe snelde en hem over mijn schouder legde, voelde ik James ineens slap worden. Hij werd bleek, begon met zijn ogen te rollen en kon zijn hoofdje niet meer rechtop houden. Luttele seconden later voelde ik dat hij stopte met ademen.”

"James vertoonde geen enkel teken van leven meer"

Zijn vrouw Philippa is op dat moment op een conferentie in Leiden. Billy staat er alleen voor. “Ik was op dat moment ijzig kalm, maar van binnen kookte het. Ik legde James op het speelkleed op de grond, begon hem te beademen en belde ondertussen 112. Ik heb bij de Britse marine gewerkt en heb in mijn leven al vijf keer iemand moeten reanimeren. Maar nooit mijn eigen zoon, nooit zo’n klein babylijfje.” Terwijl Billy de hulpdiensten aan de telefoon heeft, merkt hij dat zijn zoon achteruit gaat. “James vertoonde ineens geen enkel teken van leven meer. Geen hartslag, niks.” Billy doet wat hij moet doen: hij begint met hartmassage. “Zo’n klein borstje, mijn zoon... Ik wist dat er geen enkele garantie was.”

Wereld op zijn kop

De kleine James met zijn vader en moeder

Als de ambulancebroeders enkele minuten later binnenkomen, kan Billy alleen nog maar roepen: “Jullie móeten hem redden!” Terwijl de ene broeder de reanimatie overneemt, sluit de ander een monitor aan op de baby. De kleine James blijkt inderdaad geen hartslag meer te hebben. “Technisch gezien was hij dood.” Een tweede ambulance arriveert, net als de politie. De agenten nemen Billy mee naar boven, om ruimte te maken voor de hulpverleners. “Heb je je vrouw al gebeld?”, vraagt een van de agenten. Nee, schudt Billy. “Wat moet ik haar zeggen? Komt dit nog goed?” Als Billy vervolgens zijn vrouw aan de lijn heeft, kan hij niets uitbrengen. De agent neemt de telefoon over en vertelt Philippa wat er aan de hand is. Op dat moment komt er, een zenuwslopende 25 minuten later, een teken van leven van beneden. Letterlijk, want James krijgt weer een lichte hartslag. Hij wordt met spoed naar het Sophia Kinderziekenhuis gereden. Billy gaat mee in de ambulance en Philippa wordt in Leiden opgepikt door de politie en naar Rotterdam geracet. “Mijn wereld stond totaal op zijn kop”, zegt zij. “Pas bij het ziekenhuis kreeg ik de verlossende woorden: hij ademt weer!”

Keihard huilen

Om mogelijke hersenschade zoveel mogelijk te beperken, wordt James in coma gehouden en koelen ze zijn lichaamstemperatuur af tot 34 graden, met een soort ijsjack. Doodsbenauwde weken volgen. “Door het afkoelen was hij net zo wit als het laken waar hij op lag”, zegt Philippa. “Hij was niet bij bewustzijn, maar af en toe haalden ze ‘m uit zijn coma, om zijn hersenfuncties te testen. James keek me dan aan met ogen vol doodsangst en paniek. Bovendien had hij veel pijn van de zwelling in zijn hersenen en huilde 18 uur per dag keihard. Hij wilde alleen maar vastgehouden worden. We stelden shifts in, waaraan zelfs onze nanny meedeed, want na 3 uur met zo’n krijsend murmeltje op je arm was je totaal gesloopt.” De artsen stellen voor dat Billy en Philippa hun intrek nemen in Ronald McDonald Huis Sophia Rotterdam. “We hadden werkelijk niet zonder gekund. Wij zijn geen locals; hebben geen familie hier. We leefden de eerste dagen alleen op cappuccino en koekjes. We dachten niet eens aan eten. Toen hebben een paar vrijwilligers lasagne en salade voor ons gemaakt. Ik kan je niet vertellen hoe fijn dat was”, blikt Billy terug.

"Een paar vrijwilligers maakten lasagne en salade voor ons klaar, zó fijn!"

Na 7 weken in het Rotterdamse Huis en 2 weken in Huis Den Haag, mag James naar huis. Hij gaat een intensief revalidatieschema tegemoet. Gelukkig is zijn hersenletsel niet zo erg als de artsen in eerste instantie vreesden. “Hij is nu 2,5 en de verwachting is dat hij binnenkort gaat lopen”, zegt moeder. “Ook qua spraak en motoriek ontwikkelt James zich boven verwachting goed. Het is een heerlijk ventje.”

Cupcakes

Het gezin woont inmiddels in Singapore. Ze steunen daar het lokale Ronald McDonald Huis. En om iets terug te doen voor de warmte die ze in de Nederlandse Huizen hebben ervaren, sturen ze iedere maand cupcakes naar Rotterdam en Den Haag. “Wij weten ook wel dat roze taartjes met gekleurde bolletjes erop de situatie van die ouders niet wezenlijk verandert”, zegt Billy. “Maar al levert het maar één glimlach op, dan is ons doel al behaald. Wij hebben het geluk dat we ons kind uiteindelijk mee naar huis hebben kunnen nemen. Dat wensen we die andere ouders ook toe.”

Lees meer verhalen