Het grijpt Lizan ter Wal en Jeroen de Vries nog best even aan als ze terugkijken op de enerverende periode waarin hun zoontje Tristan op de negende verdieping van VU medisch centrum lag en Lizan op de achtste verdieping beviel van hun dochter Jinte.
Bevalling op afspraak
Lizan last had van zwangerschapscholestasis, waarbij de moeder te veel afvalstoffen vasthoudt. Dat brengt voor het kindje in de laatste fase van de zwangerschap een risico met zich mee. Daarom besloten de artsen de bevalling een paar weken voor de uitgerekende datum op te wekken. Met Lizan werd een afspraak op woensdag 5 maart gemaakt om de baby te laten komen. Maar het liep allemaal anders.
De maandagnacht voor de bevalling werd Tristan ziek. Hij klaagde over buikpijn. Op een echo die in het ziekenhuis werd gemaakt, bleek het niet te gaan om een blindedarmontsteking. Wel was te zien dat er wel veel ontlasting in de darmpjes zat. Gewapend met laxeermiddelen gingen ze weer op huis aan. Daar ging het echter steeds slechter met Tristan.
Als hij wat dronk spuugde hij het er meteen weer uit. De pijn- en krampaanvallen kwamen steeds frequenter. Midden in de nacht begon Tristan groen te spugen; hals over kop vertrokken ze naar de spoedeisende hulp van VUmc.
Door merg en been
Lizan: “Het is zo heftig om je kind zoveel pijn te zien lijden. Dat gaat door merg en been. Je voelt je zo machteloos." Toen Tristan bloed begon te spugen, groeide het aantal witte jassen rond zijn bed. Hij werd direct aan de monitor gelegd en van de spoedeisende hulp naar afdeling 9c verhuisd. Daar begonnen ook al zijn vitale lichaamsfuncties achteruit te gaan, zoals ademhaling en bloeddruk. Om 11:00 uur ’s ochtends werd besloten tot een operatie.
Ondertussen moest Lizan contact houden met de artsen van de afdeling verloskunde. Zij zou immers eigenlijk die dag bevallen. Terwijl Tristan op de operatiekamer was ging zij een verdieping lager een hartfilmpje maken.
Gelukkig kwam aan het eind van de middag het verlossende nieuws dat de operatie een succes was geweest. Het bleek dat een stuk darm in een knoop was gedraaid. De darm raakte na terugdraaien direct weer goed doorbloed, het meest gunstige scenario waar artsen op hopen bij een knoop. Het buikje mocht weer dicht.
Jeroen bleef bij Tristan, Lizans moeder was bij haar bevalling
Op donderdag zaten ze de hele dag op de intensive care waar Tristan slapende werd gehouden. Ondertussen drongen de artsen er bij Jeroen en Lizan op aan om ondanks alles de bevalling van hun tweede kindje de volgende dag in te leiden. Het kon niet anders, ze wilden ook voor dit kindje geen enkel risico nemen. Jeroen en Lizan spraken samen af dat Jeroen bij Tristan zou blijven zodat een van hen bij hem zou zijn als hij langzaam weer bij zou komen. De moeder van Lizan zou bij haar bevalling zijn. Ze belden Ronald McDonald VU Huis om een kamer aan te vragen.
Ze reden naar huis en pakten alles in wat je normaal gesproken klaar hebt staan in huis voor een pasgeborene. “De tummytub, het aankleedkussen, het kolfapparaat, tassen met kleertjes, luiers en doekjes. De woonkamer stond helemaal vol”, vertelt Lizan.
Kramen in VU huis
Op vrijdag ging Lizan met haar moeder naar verloskunde terwijl Jeroen non-stop bij Tristan was. Uiteindelijk kwam Jinte ’s avonds om 22.10 uur ter wereld.
Daarna kwam Lizan als kraamvrouw met haar moeder, dagelijkse kraamhulp en de kleine Jinte logeren in Ronald McDonald VU Huis. Met de rolstoel kon ze door haar moeder steeds naar Tristan gereden worden die in zijn ziekenhuisbed voor het eerst zijn nieuwe kleine zusje zag. Het was natuurlijk anders dan ze van tevoren gepland had maar het ging heel erg goed. Kraamverzorgster Hannah vond het erg leuk om dit een keer mee te maken. Omdat zij nu niet een huishouden hoefde te bestieren - dat doen immers de vrijwilligers in Ronald McDonald VU Huis - bleef er veel tijd over om Lizan en Jinte te verzorgen. Daarbij bleek Jinte ook nog eens een ‘modelbaby’ te zijn; een tevreden meisje dat de eerste acht dagen van haar leventje nauwelijks heeft gehuild.
Jeroen en Lizan tellen, terugkijkend op deze periode, hun zegeningen. “We zijn vooral heel blij met alles wat er wél goed ging. We hebben zo ontzettend veel steun gekregen van onze familie. Maar laten we vooral alle hulp van het ziekenhuis, de kraamhulp en het Ronald McDonald Huis niet vergeten. Hun steun zorgde voor rust waardoor wij onszelf overeind konden houden in deze spannende tijd.”




