Niet op vakantie, wel in het Ronald McDonald Huis

gasten Tim en zijn moeder

Tim en zijn moeder

Vanaf zijn kamer op afdeling Giraffe kon Tim Schotte (16 jaar) door het raam heen zijn ouders, broer en zus in de tuin van het Ronald McDonald Huis zien zitten. Ze zaten daar gezellig met elkaar in de zon overgoten tuin te eten. Het was zomervakantie en in plaats van op vakantie te gaan, logeerde de hele familie in het Huis om dichtbij Tim te kunnen zijn.

Bij Tim werd in november 2006 leukemie vast gesteld. Hij vertelt: 'Ik schrok er niet echt van, want ik was erg ziek, maar kon het toch ook niet helemaal bevatten'. Na een periode opgenomen te zijn geweest in Nijmegen kwam hij voor een `second opinion' naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Daar stelde men voor, in plaats van een beenmergtransplantatie (BMT) een stamceltransplantatie te doen. De BMT zou namelijk te grote risico's met zich meebrengen.

Midden in de zomervakantie, op 16 juli werd Tim in het ziekenhuis opgenomen. Er vonden allerlei onderzoeken plaats en er volgde bestralingen om de leukemiecellen stuk te maken en het beenmerg leeg te maken. Tim was heel erg positief ingesteld. Hij vertelt dat hij niet veel last van bijverschijnselen had, terwijl het een hele zware behandeling was. Wel kreeg hij veel last van zijn keel en werd hij kaal.

Op 27 juli vond de stamceltransplantatie plaats. Een spannende dag. Tim vertelt; `De artsen hebben heel goed aan mij en mijn ouders uitgelegd wat er ging gebeuren. Ook mijn broer Bas en zusje Marloes snapten dat het allemaal wel heel ernstig was.'

gasten Tim en zijn zusje Marloes

Tim en zijn zusje Marloes

Tim: `Mijn zusje kwam 's ochtends vaak al voor het ontbijt vanuit het Ronald McDonald Huis naar mij toegelopen, om bij me op bezoek te komen. Ze moest ook wel eens huilen. Mijn broer was ook heel bezorgd en deed spelletjes met mij, maar liet nooit zo zijn gevoelens zien.'

Vanwege infectie gevaar mochten er maar een paar mensen bij hem op de kamer komen. De gezinsleden werden daardoor nog belangrijker voor Tim. Dat ze zo dichtbij logeerden, steunde hem enorm. Zijn vrienden kwamen ook een keer langs, met een spandoek dat hij vanaf zijn kamer kon bewonderen.

Elsbeth, Tim's moeder vertelt: 'We probeerden ondanks de zorgen rond Tim en de spannende dagen voor Tim, als gezin toch ook nog een beetje een vakantiegevoel te creëren. We zijn de stad in geweest om te winkelen. We hebben gezwommen, gewaterfietst en gepicknickt. We deden net alsof we in een "echt" hotel verbleven. Gewoon gezellig op de slaapkamer met zijn allen tv kijken, als we niet zo'n behoefte hadden aan de vele mensen om ons heen. Aan de andere kant snapten de andere gasten in het Ronald McDonald Huis onze zorgen als geen ander. Een half woord was vaak genoeg. Op een ander moment zaten we met andere gasten in de tuin en dronken een biertje met elkaar. Het werd dan zomaar `gewoon gezellig' en iedereen ontspande zich.'

Een prachtig voorbeeld van dichtbij je kind zijn, vindt Elsbeth het moment dat Tim naar zijn vader Hans opbelde. De familie zat in de tuin van het Ronald McDonald Huis te eten. Tim zegt: `Hé pa , ik zie dat jullie zitten te eten. Eet eens door en kom eens gauw naar mij toe!' Zo dichtbij is dat Huis, gewoon geweldig!!

gasten Tim en zijn familie

Tim en zijn ouders zijn nu al weer een tijdje thuis. Ze komen wekelijks nog naar het ziekenhuis voor controles. Het gaat heel erg goed met Tim: met de wijze waarop hij beter wordt, verslaat hij alle records!

 

Uw hulp maakt jaarlijks 60.000 nachtjes slapen in een Ronald McDonald Huis mogelijk

Waar zitten we?